Archived entries for opinie

Tweederangsmensen met een kopvod

Even schoot het ‘opa-vertelt’ verhaal van grootvader door mijn hoofd, dat zich afspeelde ergens in de oorlog in Friesland: een cabaretier die aan de zaal vroeg wat hij met een schilderij van Hitler moest doen: zullen we hem ophangen, of tegen de muurzetten? Ik stond voor Kop van een vrouw met witte muts in Kröller Muller. Tegenover de zonnebloemen en de dames, vrouwen en boerinnen hing een rijtje ‘koppen’. Arme vrouwen, met angstige ogen en doorleefde hoofden, excuus, koppen.

Nu ben ik geen kunsthistoricus, en bedoelde Van Gogh wellicht iets heel anders met de titel ‘kop’, maar opeens zag ik voor me wat Ahmed Marcouch bedoelde toen hij in Trouw schreef dat er met ‘kopvodden’ retoriek getracht wordt van moslims tweederangs mensen te maken. De lelijke, arme vrouwen van Van Gogh zijn elke menselijkheid ontnomen, en dienen zelfs niet meer als vrouw gezien te worden. En waar de schilder nog spreekt over een mutsje, hebben de moslims van Wilders een vod op. Een vuil doek.

In mijn supermarkt klonk het vanochtend al niet anders. Smalend kijkend naar de gehoofddoekte vrouw naast haar riep een medewerkster naar haar collega: heb jij dat Turkse voer al opgeruimd? Voer. Voer voor die kop met dat vod erop.

In de 17e eeuw liep in Portugal een rechtszaak waarbij de vraag was of de Indianen in Amerika nu wel of geen mensen waren. Want als het geen mensen waren, konden ze afgeschoten worden. Nu geloof ik niet dat we hier volgend jaar dezelfde processen zullen voeren, maar we moeten ons wel blijven herinneren dat het benoemen van gemeenschappelijkheden een plicht is om samenlevingen waar mensen solidair moeten zijn bij elkaar te houden.

En dan verbaast het me dat, terwijl we in Nederland kampen met afnemende solidariteit en een lagere bereidheid om mee te betalen aan verzorgingsarrangementen voor iedereen, er in Nederland politici zijn die steevast het wereldburgerschap prediken en elke vorm van ‘Nederlandse identiteit’ ontkennen. Wat heeft de wereldburger dan meer gemeenschappelijk met zijn buurman dan met de boer in Somaliland. Waarom zouden mensen wel belasting betalen voor Fatima hier, en niet voor de Iraanse Atefeh?

Juist nu is het noodzakelijk dat politici dat gemeenschappelijke gevoel bendrukken, en met een hernieuwd patriottisme de bres opgaan. Let wel: patriottisme, geen nationalisme. Het oude onderscheid tussen nationalisme en patriottisme moeten we weer opdoeken, waarbij patriottisme gaat om trots op het land om wat zij doet voor haar burgers. Het was de Italiaanse schrijver Giuseppe Mazzini die erop wees dat uit liefde voor de patria juist een bijdrage aan de res publica zou voortvloeien. Een patriottisme dat gestoeld is op gemeenschappelijke waarden, waar iedereen bijhoort die bijdraagt aan de maatschappij.

Er is ook een taak voor alle ‘goede’ moslims zelf. Hoe vervelend ook, uiteindelijk werkt de menselijke geest nu eenmaal volgens een systeem van classificatie. De enige manier om die negatieve classificaties te doorbreken is om de verscheidenheid in de moslimgemeenschap te laten zien. Moslims zullen dus nog veel meer dan nu al gebeurt op moeten staan, en zeggen waar ze het mee eens, of oneens zijn, en zich veel meer distantiëren van geloofsgenoten die nu auto’s in de brand steken, onterecht uitkeringen trekken of homo’s van de daken wil gooien. En ja, het zou niet moeten hoeven want allemaal gelijk geboren etcetera etcetera. Helemaal eens. Maar: de realiteit kunnen we niet negeren.

Dus hup Wouter, Alexander, Agnes en Femke, formuleer en benadruk een inclusieve Nederlandse identiteit, want die Nederlander die niet bestaat moet uiteindelijk wel belasting betalen voor alle andere Nederlanders die ook niet bestaan. En hup Mo, Mo, Mo, Mo, Ali, Ahmed, Fatima. Laat je horen, zeg dat je trots bent om Nederlander te zijn en aan dit land bij te dragen, hard wil werken en iedereen die dat niet doet verafschuwt. Het is de enige manier om de groeiende vooroordelen een halt toe te roepen, en van de kop een gezicht te maken.

Deze column verscheen eerder op DeJaap

Column: De sociaal-democratie gaat nooit verloren

Een simpel lachje. Dat was alles. De PvdA, laat me niet lachen. Ik was al jaren gewend me te moeten verdedigen. Wat doet een jonge gast nou bij die PvdA. Er zat veel haat. Woede. En vooral vraagtekens: als jongere moet je toch vooral neuken en zuipen, en als je je toch al met de politiek bemoeit dan vooral lekker extreem bij de SP, of studentikoos D66? Nou moet ik toegeven dat ik die extreme periode ook even gehad heb, en nog steeds bij de D66-jongeren in het adressenbestand sta, maar vanaf mijn eindexamen is de PvdA mijn partij. Net als die van mijn vader. En van zijn vader. Ook ik droomde altijd dit door te kunnen geven aan mijn kleine.

Want wat zou ik graag vertellen over de partij die de Mosselmannen uit de Zeeuwse klei had getrokken. Over het kiesrecht of vrouwen- en homorechten. Over de strijd tegen allesoverheersende religie, en het geloof in een meritocratie. En ook over internationale solidariteit, spreiding van kennis, macht en de breideling van het kapitalisme. En ja, natuurlijk zouden ook alle fouten aan bod komen. Over het dedain van de linkse elite, over de waanideeën als integratie met behoud van identiteit, en over de perverse gevolgen van goed bedoelde arrangementen als de WAO.

Dit zou ik vertellen. Want hoe slecht het ook gaat, het zijn uiteindelijk maar peilingen. Toch? En het feit dat mensen zo kwaad, verontwaardigd of verbaasd waren stemde me eigenlijk ook altijd wel weer tevreden. Ze gaven er om. Dacht ik. Tot gisteravond. Het meisje naast me vroeg wat ik deed. ‘De PvdA-jongeren’, zei ik. ‘Ha’, en ze trok haar schouders op. Wat een idioot, die Arne. Ze keek alsof ik vertelde geen mobieltje te hebben. Of alleen per brief correspondeer. Haha, de PvdA, wat een gek.

Sindsdien kreeg ik het niet meer uit m’n kop. Het gevoel dat het over was. En ik snapte het niet. Jajaja er gaat heel veel fout enzo. Maar. Met Dijsselbloem, Bos, Timmermans, Dijksma, Cohen, Spekman, Marcouch, Asscher, Elatik, Mei Li en Aboutaleb heb je een partij politici bij elkaar waar je jaloers op kan zijn. Qua wetenschappers en publicisten hoef ik alleen Paul Scheffer, Jos de Beus, Paul de Beer en Rene Cuperus maar te noemen en je weet dat het met die intellectuele voeding wel goed zit. Als ik naar de dit jaar aangenomen integratieresolutie kijk, zie ik een programma dat steengoed in elkaar zit, en waarin beter dan in welke partij dan ook is nagedacht over integratieproblematiek. En wanneer ik de conceptversie van het programma voor Amsterdam doorlees, en zie wat voor een verhaal daar ligt, dan weet ik zeker dat heel veel mensen er van zullen houden. Blijft het bij gelul alleen? Nee. Ook qua resultaten, wat Ahmed in West heeft laten zien of Lodewijk in postcodegebied 1012, wordt er veel werk verzet.

En toch, toen ik naar huis fietste, bekroop me opeens dat gevoel. Dat mensen het zat zijn. Niet alleen sommige arrogante en ontkennende politici. Of de graaiende en rovende bestuurders. Of desnoods een deel van het beleid, of de AOW. Nee. Ze zijn het zat. De PvdA. Mijn PvdA. Onze PvdA.

Vroeger zei mijn moeder altijd dat ik een dag per jaar een zwarte dag had, niet vrolijk keek en alles somber inzag. Misschien was gister zo’n dag. Want toen ik vanochtend wakker werd, de halve liters uit bed kieperde en mijn kater eruit rende langs Theo’s monument, wist ik het opeens weer zeker: mijn zoontje zal ook zwarte dagen kennen, en zich moeten schamen voor een hoop oud-links en wereldvreemd gedachtegoed. Maar de PvdA, de sociaal-democratie, die gaat niet verloren. Daar is ze veels te mooi voor.

Deze column verscheen eerder op DeJaap

Column op DeJaap: D66 wakkert tegenstellingen aan

kloofSinds 1 oktober ben ik columnist op het gloednieuwe opinielog DeJaap.nl. Mijn eerste column staat hieronder.

Laat ik voorop stellen: de integratie-agenda Wilders, als daar al over gesproken kan worden, is een verwerpelijke. Een opsomming van angst voor Islam, knieschijven en dubbele paspoorten terugsturen. En daar blijft het wel bij. Eigenlijk bijzonder jammer dat een partij die daadwerkelijk de integratie problematiek wil oplossen blijft steken in sterker strafrecht en het wegsturen van maximaal een paar honderd jongeren. En dan, dan zijn we er?

Een groot deel van de Nederlandse bevolking ziet grote integratieproblemen, en met hen ik ook. Enorme achterstanden in het onderwijs, criminaliteitscijfers waar je mond van open valt, lagere participatie op de arbeidsmarkt en last but zeker not least, een heel beperkte keuzevrijheid. Want dat is iets wat de PVV keer op keer negeert: het zijn jongens en meisjes uit migrantengroepen die het meeste leiden onder de strenge sociale controle, onder de homo-intolerantie, onder uithuwelijking, besnijdenis en religieuze dwang.

Terwijl in Nederland de emancipatiestrijd zo’n beetje beslecht was in de jaren ‘70 werden grote groepen arbeidsmigranten binnengehaald, en met hen opnieuw veel oude vormen en gedachten. Waar links de christelijke orthodoxie terug had gedrongen tot aan de biblebelt, had bestreden met man en paard, trad een nieuwe orthodoxie binnen in onze steden. En de enige gerechtvaardigde reactie hierop had een nieuwe emancipatiestrijd moeten zijn. Want al die jongens en meisjes hebben net zoveel recht op een vrij leven als Jan, Piet en Anja. Dat ik de PVV hier nooit over hoor begrijp ik wel, maar dat D66 zich niets aantrekt van deze onvrijheden, en sterker nog, ze het liefst in stand houdt baart mij enorme zorgen. Van een progressieve partij had ik namelijk iets anders verwacht. Lees dit citaat van Alexander Pechtold:

“De achterliggende gedachte is dat we integratie kunnen forceren en sturen. Maar dat is een misverstand. Dat kunnen we niet. We focussen op aanpassen en aanleren, terwijl integratie eerst en vooral een proces van emancipatie is. Van het ontwikkelen van burgerschap, eigen identiteit, zelfbewustheid. Voor dat actieve burgerschap kun je als samenleving voorwaarden scheppen, je kunt het niet afdwingen of opleggen. Emancipatie van nieuwkomers is een autonoom proces”

Eens, afdwingen kan je het niet. Maar is de enige optie naast afdwingen het maar laten lopen? Zoek het maar uit jongens? Een autonoom proces, waar dus per definitie niets aan gedaan kan worden? Maar als het gaat om de aanpak van Wilders problemen (criminaliteit, onderwijs, etcetera) gaat wil Pechtold “niets horen over eventuele cultuurverschillen. Ik wil alleen horen hoe politie en justitie dat gaan aanpakken“. Toch grappig dat diezelfde politie en justitie erop aandringen om specifiek beleid te ontwikkelen om die jongeren te helpen. Uit de bak, of aan de baan. Zijn het de ministeries die extra geld uittrekken (tientallen miljoenen euros) voor een specifieke aanpak van Marokkaans-Nederlandse en Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren. Niet om ze anders te berechten, maar om te kijken hoe we ze kunnen helpen. Maar nee, Pechtold wil generaal beleid voor iedereen, ook als daarmee een groep jongeren nog verder van de samenleving vervreemd raakt en nog minder kansen krijgt om wel iets van hun leven te maken.

Maar het blijft niet beperkt tot Alexander Pechtold. In een interview met Kustaw Bessems bagatelliseert D66-voorzitter Ingrid van Engelshoven ambtenaren die een specifieke groep mensen weigert de hand te schudden. Wat als het om een blanke ambtenaar ging die voortaan geen zwarten meer wil behandelen? Waarom ze dit zegt is mij volkomen onduidelijk, wellicht om een paar oud-linkse stemmen te winnen. Maar wat win je daar echt mee? Niets. Het enige wat je bereikt is dat je de progressieven uit de migrantenkringen, die zo graag willen emanciperen, na Wilders opnieuw een klap in hun gezicht geeft. Van Wilders mogen ze niet mee doen, waarop Van Engelshoven ze in de armen van de conservatieve Imam’s duwt.

Het baart mij enorme zorgen dat de grootste partijen in Nederland in de peilingen zo ongelofelijk verschillend over integratie denken. Sterker nog, waar Wilders met pistoolschoten de boel denkt op te lossen wil D66 het niet over integratie hebben. Dat je andere oplossingen hebt, a la, maar een probleem ontkennen of in ieder geval niet serieus nemen waar een groot deel van de bevolking, en zeker aan de onderkant van de samenleving, enorm mee worstelt is ronduit gevaarlijk. Daarmee bouw je geen bruggen, maar wakker je tegenstellingen aan.

Deze column verscheen eerder op DeJaap.nl

Goed doen in Trouw

Advertentie in Trouw vanochtend:
borst

Kiki en Marlies twee bijzondere meiden.
tegelijk geboren, wijken nooit van elkaars zijde.
delen hun leven, en al hun spullen.
van liefdes tot truitjes waarin ze zich hullen.
vrij op het strand verstopt in de stad. de meiden zijn altijd
als duo op pad. wanat donker licht groot of klein.
borsten zijn geboren om
altijd samen te zijn

steun de strijd tegen borstkanker.
koop het magazine of bestel het direct op
pinkribbonmagazine.nl

Pechtold’s Integratie Ideeen

Via Twitter kreeg ik de tip om de Van Randwijklezing 2009 te lezen, uitgesproken door Alexander Pechtold. Daarin zouden namelijk wel ideeen over integratie staan, van deze zelfde Alexander Pechtold. De gehele lezeing staat hier, ik heb de relevante stukjes hieronder geplaatst en voorzien van mijn commentaar. Een hele korte samenvatting? Niet praten over culturele verschillen (die doen er namelijk niet toe), culturele verschillen juist accepteren (vreemd, nietwaar?) en om paralelle samenlevingen te voorkomen de democratie vernieuwen. Zie hier het antwoord op Wilders volgens de meeste hoogopgeleiden in Nederland.

Nederland stevent af op een inderdaad gespleten samenleving. Maar de kloof ligt niet tussen kaaskoppen en mocro’s. Die ligt tussen hoog- en laagopgeleiden. En dat kan wel eens heel fout aflopen.

Enfin, de (geknipte) lezing van Pechtold

Arne: na een uitgebreide inleiding begint Pechtold eindelijk over integratie:

Pragmatisch idealisme zie ik ook graag terug in onze binnenlandse politiek. Vooral op het terrein van het integratiebeleid, waar de balans is verstoord tussen wat we willen bereiken en wat we daarvoor doen.
Ik doel niet op de evident problematische kant van de integratie. Spanningen in oude wijken, overlast en criminaliteit, beknotting van vrijheden, discriminatie, schooluitval, ontspoorde jongeren en ouders, die niet weten hoe hun betrokkenheid te tonen. Het spreekt voor zich dat die problemen moeten worden aangepakt. En dat we daar alle mogelijke middelen voor inzetten.

Jeugdbeleid, antidiscriminatiebeleid, onderwijs, stadsvernieuwing maar ook het veiligheidsbeleid: ze zijn stuk voor stuk hard nodig. De regels en beginselen van de rechtstaat gelden voor iedereen – ongeacht etnische, religieuze of culturele achtergrond. En iedereen zal zich dus daar aan moeten houden. In geval van overlast in trams, in wijken of geweld tegen ambulancebroeders, vrouwen en homo’s, en ook bij een vermeende terreuraanslag, wil ik niets horen over eventuele cultuurverschillen. Ik wil alleen horen hoe politie en justitie dat gaan aanpakken.

Arne: en als politie, justitie en hulpverleners, onderbouwd met statistieken, pleiten voor een (deels) culturele aanpak omdat met generaal beleid niemand geholpen wordt, wat is Pechtolds antwoord dan? Hij gaat er niet op in. H

De achterliggende gedachte is dat we integratie kunnen forceren en sturen. Maar dat is een misverstand. Dat kunnen we niet. We focussen op aanpassen en aanleren, terwijl integratie eerst en vooral een proces van emancipatie is. Van het ontwikkelen van burgerschap, eigen identiteit, zelfbewustheid. Voor dat actieve burgerschap kun je als samenleving voorwaarden scheppen, je kunt het niet afdwingen of opleggen. Emancipatie van nieuwkomers is een autonoom proces.

Arne: dus er zijn wel culturele verschillen, en die moeten ook nog veranderen, maar daar wil hij niets over horen? Want dat is een autonoom proces, dat wel goed zal gaan als we er niet over praten?

Bovendien zijn archaïsche begrippen als ‘nationale identiteit’ en ‘patriottisme’ weer terug in het politieke vocabulaire.

Arne: terwijl het grootste gedeelte van de wereldbevolking (ook de ‘allochtonen) niet alleen behoefte heeft aan nationale identiteit, maar zelfs lokale identiteit sterker wordt, noemt Pechtold dit archaisch. Hoezo, kloof tussen burger en politiek.

Als ik me niet vergis, is die beeldvorming vooral vanaf het midden van de jaren ‘60 sterk aangewakkerd. Als Nederland ooit vrijzinnig en tolerant was, dan was zij dat in die tijd.(…) Nog tot halverwege 2002 werden die met een zekere regelmaat gevoerd. Een foto uit die tijd stond onlangs opnieuw in de krant. Die was kennelijk uit het archief van de fotoredactie gevallen. We zien de moslimgeestelijke Abdullah Haselhoef. Lachend laat hij zich onderzoeken door de hoofdredacteur van de Gay Krant, Henk Krol, die zich voor de gelegenheid als arts heeft uitgedost, compleet met stethoscoop. De omstanders kijken geamuseerd toe. Het onderschrift luidt nu: ‘Er kon toen nog gelachen worden over culturele verschillen.’ Dat vermogen hebben we dus verloren.

Arne: Het vermogen om niet in te gaan op culturele verschillen? Om Haselhoef te vragen hoe hij over homosexualiteit, vrijheid van meningsuiting en individuele vrijheid denkt? Over de ontplooiing van zijn hypothetische kinderen? Pechtold betreurt dus dat we dat vermogen hebben verloren…

Tot midden jaren zestig speelde het politieke leven zich voor een belangrijk deel af binnen de eigen zuil, de katholieke, protestants- christelijke of socialistische zuil. Maar de mensen uit die verschillende groepen kwamen elkaar nauwelijks tegen. Die gingen niet met elkaar om. Hoezo tolerant en verdraagzaam?

Arne: vindt Pechtold dit nu juist goed, of niet? Nee toch. Net waren we nog wel tolerant in de jaren 60, en nu dus eigenlijk opeens niet meer.

Zeker, het stelsel had regenteske vormen, maar die bleven binnen de grenzen van het aanvaardbare. Het samenlevingsmodel mag worden opgevat als een bijna ideaal binnenwerk voor een democratie. De sociale cohesie was verzekerd, de maatschappelijke verhoudingen waren stabiel en de politieke partij was dé schakel tussen burger en overheid. Ons democratisch tekort werd pas onaanvaardbaar groot nadat de regenten verjaagd werden?. Vooral veel lageropgeleiden keren zich af van de politiek. Zij hebben er geen vertrouwen meer in dat hun noden en zorgen serieus worden genomen. Ze voelen zich onbegrepen, in hun angst voor mondiale crises, Europese integratie en migratiestromen. Populisten spelen daar behendig op in, blazen tegenstellingen aan, en propageren het heil van een utopische nationale monocultuur. Anderen staan aan de verleiding bloot om mee te deinen op de golven van dat populisme. Dat is voor mij geen oplossing.

Arne: Prima! Maar wat is dan wel uw oplossing?

Denken over democratie is durven benoemen waar we vastlopen, waar ons gecompliceerde stelsel van legitimatie en besluitvorming verzandt en voor betrokken burgers een onherkenbare brij wordt van getrapte machtsvorming, anonieme volksvertegenwoordigers en zielloze compromissen. Denken over democratie is denken over de schaal van onze huidige maatschappelijke problemen. En over de vraag hoe zowel hoger als lager opgeleiden bij de oplossing kunnen worden betrokken.Ik wil niet vooruitlopen op de uitkomst van nog te voeren debat. Ik heb er wel een vermoeden van.
Een haast onvermijdelijke conclusie zal zijn dat meer directe vormen van democratie zowel wenselijk als haalbaar zijn. Want alleen op die manier worden politici en partijen gedwongen om rekening te houden met de stem van alle betrokkenen, of ze nu hoger of lager opgeleid zijn. Maar wat echt zorgen baart is het moedeloos stemmende machtsconservatisme dat geen enkele vernieuwing toestaat, omdat het zich daardoor per definitie bedreigd weet.

Arne: ok, dus we zien groepen in de samenleving die langs elkaar leven, zowel in de verzuiling als nu weer met de verschillende allochtone groepen. En Pechtold denkt oprecht dat dat verdwijnt als we meer directe democratie toepassen. That’s it?

Laten we ook praktisch te werk gaan als we het over integratie hebben. Integratiepolitiek is met de beste bedoelingen gemaakt, zeker, maar het is allerminst effectief. Zou het niet verstandig zijn deze politiek maar af te schaffen? (…) Mijn doel is een samenleving die samenbindt in plaats van splijt. Met ruimte voor andersluidende opvattingen, voor continue duiding, opinie en debat.

Arne: De aap komt uit de mouw, we moeten het debat gewoon afsluiten. Pechtold sluit zijn lezing af met een aantal mooie zinnen, waarin een en ander nog eens helder verwoord wordt.

Vrijheid komt toe aan het individu, maar is geen louter privé zaak.
Vrijheid heeft gemeenschap nodig.
De vraag is alleen welk soort gemeenschap.
Gaat het om een eenheid van waarden en cultuur die vanouds geacht werd te bestaan.
En waarvan we denken, dat we die opnieuw kunnen afdwingen
door een nieuw nationaal bewustzijn met eigen canons en symbolen?
Of gaat het om een gemeenschap van mensen
die over waarden,
over het verleden en de toekomst,
heel verschillend mogen denken.
Maar tegelijkertijd beseffen dat ze in vrede, via politieke strijd met woorden,
hun lotsverbondenheid gestalte willen geven
Zodanig dat er voor iedereen een plaats is als vrije burger?
Ik kies voor dat laatste.

Arne: het is duidelijk. Pechtold wil terug naar de schijntolerantie waarin niet over culturele verschillen werd gesproken, en lijkt te hopen dat de sociale cohesie hersteld wordt door meer vormen van directe democratie. Meer kan ik er niet van maken. Pechtold pleit voor GEEN integratiepolitiek. Hij vindt het prima als mensen eigen waarden hebben, en zij over verleden en toekomst heel anders denken. En ik lees niet anders dan dat hij het ook prima vindt als mensen anders over de holocaust (verleden) of gelijkheid man/vrouw (toekomst) denken. Als we het maar tolereren, en samen aan directe democratie doen.

Ageeth Telleman en haar D66

ageeth tellemanHet was ook mij bijna overkomen. Na de begrafenis van LuxVoor strompelden we naar de Mazzeltov, waar we met z’n achten aan de bar hingen. Laveloos. Ageeth stond er ook, en draaide zich om. Ze kwam dicht bij me staan. Heel dicht. En ze lachtte. Opeens was ze alles. Was ze niet meer de Amsterdamse politica die de titel ‘dom gansje’ pas echt verdient. Was ze niet meer de vrouw die het voor elkaar kreeg zowel Ad Verbrugge als Hans van Mierlo te omarmen. Maar was ze die prachtige moeder, waar ook mijn ogen diep in weggleden. Ik was besmet. Jaren had ik al die politici en schrijvers zien wegkwijnen voor haar ogen, had ik me geërgerd aan de smoesjes, aan de ‘maar het is zo’n leuke vrouw’ houding. En nu werd ik er zelf een. Ik vergat alles. En liet me in haar armen glijden.

Ik ontmoette Ageeth bij Hans van Mierlo aan tafel. Ze zat recht tegenover hem, keek hem verliefd aan, en nam een slok als HAFMO dronk. Hier drong de ware betekenis van de Schoonbeekse jaknikker, waar mijn vader het vroeger zo vaak over had, geheel tot mij door. De beamingsfrequentie nam zelfs niet af op het moment dat HAFMO Ayaan’s bedreigingen niet erg serieus nam. “Als je op een snelweg gaat liggen, is de kans dat je overreden wordt natuurlijk erg groot”.

Een paar maanden later was het weer raak, ditmaal bij Ad Verbrugge. Nu zult u denken, Ad Verbrugge, de antithese van het individualisme? De man die als oorzaak van de huidige tijd van onbehagen de ‘verabsolutering van de individuele vrijheid’ noemt? Juist ja. Ik ben het bijna helemaal met hem eens, fluisterde ze in mijn oor. Ik noemde nog even het liberale D66, en dat het zo ver afstond van Jeroen Dijsselbloem. Och nee, daar voelde ze zich helemaal bij thuis. “Ik ben meer van die kant van D66″

Tja. Die kant van D66. Ze gaan veel zetels halen hier, en houden een heuse lijsttrekkersverkiezing. Tegenover Ageeth staat Ivar Manuels (huidig fractievoorzitter). Steun ik hem dan, vraagt u zich wellicht af? Haha. Ivar Manuels deelde mij aan dezelfde tafel ooit mee, dat de integratieproblemen eigenlijk genetische problemen waren. Daar konden die mensen toch ook niet echt iets aan doen. En hij kon het weten. Want hij was bioloog. “Ze kunnen toch ook sneller sprinten?”

Ageeth Telleman zal het wel worden. Met steun van Boris, en vele andere prominenten die haar liever op de Dam, dan op het Plein zien werken. En wellicht zal ze het niet eens heel slecht doen. Het geheim? Grote woorden. Veel ja knikken. Lief lachen. En ’s nachts, in een donker hoekje van een kroegje in de Pijp, nooit loslaten.

updateGefeliciteerd Ageeth! En nu echt aan de goede ideeën, die ook los van elkaar enigszins samenhangen. Als je landelijk het initiatief neemt om D66 een kant op te duwen, doe ik een rondje Mazzeltov next time.

Opeens wist ik het: ik ben een nationalist

Vanavond mag ik Paul Scheffer interviewen. En terwijl ik de vragen aan het voorbereiden was, bedacht ik me dat ik aan dezelfde Scheffer een onvoldoende te danken heb. Ik heb mijn diploma op het Christelijk Gymnasium te Utrecht gehaald, en vertel daar altijd graag bij dat ik geslaagd ben zonder zessen. Want natuurlijk laat ik die twee vijven achterwege. Een voor Latijn, omdat ik daar toen jammergenoeg het nut nog niet van inzag, en voor literatuur. Literatuur? Ja, litetaruur.

Het was februari 2005 en we moesten een essay schrijven van vijf kantjes. Weken had ik me voorbereid, dit zou mijn eerste grote werk worden. Het zou gaan over integratie, en ik zou artikelen gebruiken van ene Scheffer. De naam Scheffer viel nogal eens, meestal op momenten dat mijn vader zijn PvdA lidmaatschap wilde verantwoorden. In de kleine wereld van een 16-jarige was deze meneer Scheffer de laatste die de PvdA nog van de ondergang kon redden, en met dertig uitgeprinte blaadjes NRC artikelen schoof ik mijn stoel aan en boog ik het hoofd.

Terwijl ik mijn magnum opus, mijn meesterwerk schreef over Imam’s, de kracht van verbondenheid en de noodzaak van gedeelde symbolen stond ik geen seconde stil bij de vraag of mijn cijfer mogelijkerwijs ook maar ergens beïnvloed zou kunnen worden door politieke keuzes die ik zou maken. En al was dat zo, dan toch zeker in mijn voordeel. We hadden zeker ook rechtse ballen op school, dus een waar sociaal-democratisch verhaal zou bij mijn leraar met krijtstreep (bruine rib met witte vegen) vast wonderen doen.

Na weken zaaien zou ik oogsten. Ik vloog de Oudegracht over, de trappen op en liep rustig lokaal 51 binnen. Kom maar op. Krijtstreep John zat achter de tafel, ik schoof mijn stoel aan. En daar plofte mijn essay al voor mij neer. Een vijf. Ik snapte het niet. Schudde mijn hoofd. En toen kwam de zin. De zin waar John weken op gestudeerd had. “Voor iemand die zulke nationalistische teksten opschrijft is je spelling bedroevend slecht”. En “je had er ook nog wel wat rood-wit-blauwe vlaggetjes bij kunnen tekenen.” Ik kon weer gaan. Was een slecht mens.

Over een paar uurtjes ben ik de baas. Mag ik de vragen stellen. En zal ik eens kijken of Paul Scheffer nog steeds zo’n slecht mens is als ze zeggen.

Quote van de Dag

Doe ik normaal niet aan. Maar vandaag kwam ik wel iets heel erg moois tegen. Quote van de dag dus.

De enige tegenvaller voor Leefbaar in het Hoek van Holland-drama is dat tot dusver niet is gebleken, dat er moslimhooligans bij betrokken waren. Geen kut-Marokkanen, geen kut-Turken, niets. Dat is even slikken voor Sørensen & Co. Heb je een pracht van een rel, inclusief een dode en gewonden, en dan kun je er niet maximaal politieke munt uit slaan, omdat de moslims op hun luie kont in hun prachtwijken zijn blijven zitten. Continue reading…

Niets van dat alles.

East and EastMorgenochtend sta ik weer in Istanbul, en kijk ik over de Bosporus die ‘oost en west’ scheidt. Veertien dagen geleden stond ik daar ook. Maar zonder ooit in mijn leven beschonken de snelwegen van Beirut te hebben verkend, op daken in Damascus te hebben geslapen of in het conservatieve Aleppo over ‘niet-geloven’ te hebben gesproken. Continue reading…

Steun de slechte Moslims!

Efes. Heerlijk Syrisch bierProvocateur als ik ben, besloot ik vanochtend om 11 uur hier op een terrasje voor de blauwe moskee in Istanbul een halve liter bier en heel veel eten te bestellen. Ha. Terwijl de standjes worden opgebouwd en de camera’s de lucht in gaan om alle ramadanfestiviteiten bij te wonen begon ik mijn vrijheidsmaand. Een maand vol solidariteit met de niet-ramadanners. Nodig? Ja. Alhoewel het in hartje Istanbul wel meeviel. Ik bleek namelijk niet de enige. Mijn goede vriend Metin (ober in hetzelfde restaurant) moest nog even ontbijten voor we ons dagelijkse gesprek konden voeren. Geen ramadan, Metin? Nee, ik ben een slechte Moslim.

En daar gaat het mis. Precies daar. Vele vrienden die ik deze maand in het Midden Oosten tegenkwam en genieten van de drank drugs sex rock & roll voelen zich diep van binnen slecht over hun gedrag. Van rooftop clubparties in Beirut tot huiskamerfeestjes in Damascus klonk het ‘I am a bad Muslim’. Waarom? Omdat het eigenlijk niet mag. Van de Imam. Van het patriarchaat. Van de sociale structuur. Terwijl ze er zelf wel vrede mee hadden, en zichzelf als goed gelovige beschouwden. Ja, ik geloof in Allah en ja, ik probeer een goed mens te zijn.

Dat de oude structuren brekende individuen willen tegenhouden is niet zo vreemd. Maar stiekem houden juist veel ‘progressieve’ westerlingen de conservatievelingen in het zadel. Echt? Ja. Door de - ongetwijfeld enorm goedbedoelde - wil om DE moslim een plaats in de samenleving te geven, gaan ook zij op de stoel van de Imam zitten. Het zijn Linksmensen die Iftar’s bijwonen, oproepen om uit respect vooral niet op straat te eten in Slotervaart en hier in het Midden Oosten een hoofddoek omknopen. Alles uit solidariteit.

Maar. Een echte vrijheidsstrijder moet voor alle mensen opkomen die het moeilijk hebben. En op dit moment kom ik teveel mensen tegen die willen breken met de traditie van hun ouders, maar tegengewerkt worden door de sociale structuur waarin ze zijn opgegroeid. En voor al die mensen zouden wij moeten staan. Mo heeft net zoveel recht om tijdens de ramadan te drinken als ik. En dient daarbij niet lastig gevallen te worden door lange baarden die hem vertellen dat hij geen goed mens is. Dat maakt ie namelijk zelf wel uit.

Uit solidariteit met alle Moslims die al die de orthodoxe leefregels aan hun laars lappen, en zelf willen bepalen hoe zij hun religie in willen vullen, start ik bij deze de maand van de vrijheid. Drink tot we er bij neervallen, gebruik dat bed nu eens overdag, en eet gerust op straat. Er zijn vele mensen die het zullen waarderen.



Copyright © 2004–2009. All rights reserved.

RSS Feed. This blog is proudly powered by Wordpress and uses Modern Clix, a theme by Rodrigo Galindez.